Lemnis is Jouke!


Jouke Wymenga weet met zijn mooie warme en sprankelende bariton de harten van menig tienermeisje (en -jongen, en eigenlijk ook van dertigers of veertigers) sneller te doen kloppen. Zijn schalkse blik draagt daar ook ongetwijfeld enorm aan bij. Maar als hij niet hoeft te zingen houdt hij vaak wijselijk zijn mond. (Althans, als hij niet zit te keten met mede-bas Bram.) Maar goed, doorgaans in stilte houdt hij zijn ensemblegenoten onopvallend in de gaten om vervolgens, doortastend en vaak met slechts twee woorden, als een soort silent assassin toe te slaan. En wat hij dan zegt is over het algemeen A waar en zinnig en B grappig, gortdroog en goed getimed.
Naast zijn enorme gevoel voor humor en zijn prachtige stem is Jouke de expert op het gebied van het BVO-tje (het biertje-voor-onderweg). Het biertje mag nog niet geopend worden op het perron tijdens het wachten bijvoorbeeld. Neen! Pas in de trein mag dat, maar die hoeft dan nog niet te rijden. Hij is immers geen purist. Maar waag het niet aan te komen met een Heineken of een Amstel, want dan heb je kans dat hij je nooit meer aankijkt.
Misschien wel de leukste, misschien wel de grappigste en misschien wel de knapste man van dit leuke ensemble, maar zeker weten de enige Jouke. En zo grappig en droog als hij is, zo empathisch en zorgzaam is hij ook. Zo haalt hij gewoon voor jou alvast een BVO-tje als je iets later op het station aankomt.

Lemnis ❤️ Jouke

“Muziek en dan met name de klassieke variant is er bij mij met de paplepel ingegoten. Allebei mijn ouders zijn beroeps muzikant (klarinet) en speelden in verschillende orkesten en ensembles in Nederland. Wanneer ze een kindervoorstelling speelden zat ik met mijn broers en zus in de zaal en bij een van die kindervoorstellingen schijn ik als tweejarige snotaap naar de cello wijzend verklaard te hebben dat ik dát instrument wilde spelen. Vier jaar later bleef ik nog steeds bij dat standpunt en was ik eindelijk groot genoeg voor m’n eerste celloles. Al snel kwam het zingen er bij. Ik begon een jaar in een kinderkoortje, waarna ik werd doorverwezen naar de Koorschool in Haarlem. Vanaf groep 5 werd ik daar opgeleid in het zingen in een koor met dagelijks repetities, solfège, stemvorming en optredens in de kerk en menig concertzaal. Na de Koorschool bleef ik bij het Kathedrale Koor en ging ik alleen maar meer zingen. Bijna elke zondag in de kerk, twee keer in de week repetities en ik ging ook nog individueel zangles er bij nemen. Er op terug kijkend klinkt het allemaal erg serieus en misschien zwaar, maar zo voelde het nooit. Cello was voor mij serieuzer, daar studeerde ik thuis ook echt voor en het zingen deed ik er gewoon voor de lol bij. Omdat allebei mijn ouders instrumentalisten zijn had ik er nog nooit bij stilgestaan dat je ook als zanger naar een conservatorium kon. Toen me dat duidelijk werd ben ik het zingen heus wel serieus gaan nemen, heb ik hard gestudeerd en ben ik zo uiteindelijk in de serieuze professionele zangwereld terechtgekomen. Maar ergens ben ik het al die tijd ook maar gewoon voor de lol blijven doen. En daarom vind ik Lemnis zo’n leuk initiatief en de collega’s zo fijn. Omdat ik bij hun het gevoel heb dat we dit met z’n allen heel serieus, vol overgave, visie, professionaliteit en strevend naar hoge kwaliteit, uiteindelijk allemaal voor de lol doen.”

Jouke ❤️ Lemnis